Karin | Schrijft

Columns

De columns van Cappuccino met een Zoetje gaan over het gewone leven. Over de dingen die je meemaakt, waar je soms om kunt lachen en soms even van moet slikken.

De tietenpletter

Sommige woorden klinken gewoon minder vriendelijk dan ze zijn.

Daar was hij dan.
De brief van Bevolkingsonderzoek Nederland.

Mocht ik nu al naar de tietenpletter?

Ik ben nog geen vijftig, maar omdat ik het dit jaar hoop te worden, mocht ik blijkbaar alvast oefenen.

De afspraak werd online gepland en daar ging ik.
Op de fiets richting de trailer.

Met vier vrouwen zaten we in de kleine wachtruimte.
En zoals dat gaat onder vrouwen…

de verhalen kwamen vanzelf.

“Vorig jaar had ik een week blauwe plekken.”
“Mijn tepels waren helemaal verkleurd.”
“O jij bent voor de eerste keer? Bereid je maar goed voor.”

Dat beloofde wat.

Ondertussen gaf een dame per ongeluk haar pinpas af in plaats van haar legitimatiebewijs.
Gelukkig konden we daar allemaal hard om lachen.

Toen was het de beurt aan mevrouw Berenschot.

Met ontbloot bovenlijf stapte ik wat onwennig naar binnen.

“Mag mijn kruk mee?” vroeg ik zachtjes.

Wat voelt dat toch vreemd.
Zo kwetsbaar en halfnaakt tegenover iemand die je niet kent.

Gelukkig was de medewerkster ontzettend vriendelijk.
Ze stelde me gerust en zette me netjes in positie.

Mijn borst werd op de plaat gelegd.
En toen langzaam…

de pletfase.

Nou gaat het gebeuren, dacht ik.
Hier komt die helse pijn waar iedereen het over had.

Maar eerlijk?

Het viel me mee.

Voor ik goed en wel kon bedenken hoe ongemakkelijk het eigenlijk was, was de eerste kant alweer klaar.

De andere volgde op dezelfde manier.

En gelukkig mocht ik daarna mijn kleren weer aan.

Was het prettig? Nee.
Maar een vreselijke ervaring vond ik het ook niet.

Al kan het natuurlijk zijn dat ik dankzij alle pijnstillers standaard al een beetje verdoofd door het leven ga 😄

Opgelucht stapte ik weer op de fiets.

Ziezo.
Ook weer achter de rug.

Thuis maak ik een cappuccino.
Met een zoetje.

En terwijl ik daar zit, besef ik toch ook hoe bijzonder het is dat we in Nederland preventief onderzocht worden.

Natuurlijk loopt niet alles altijd soepel.
En ja, wachttijden ken ik inmiddels ook maar al te goed.

Maar die zorg ís er wel.

Een paar weken later valt de uitslag op de mat.

Niets gevonden.

Toch altijd fijn, zo’n brief.

Hopelijk is de tietenpletter over twee jaar weer net zo vriendelijk voor me.

 

Daar is buurvrouw Annie

"Kijk! Daar is buurvrouw Annie!"

Mijn moeder wijst enthousiast naar het televisiescherm.

"En kijk... daar lopen opa en oma."

We zitten samen naar een videoband te kijken van ruim vijfendertig jaar geleden. Een beetje korrelig beeld, mensen die nét iets te lang in de camera kijken en kapsels waarvan je stiekem blij bent dat ze uit de mode zijn.

Toch zie ik nauwelijks de jaren.

Ik zie mensen.

Buren.

Mijn ouders.

Opa en oma.

En ineens... één van mijn beste vriendinnen. Nog een klein meisje.

Het filmpje is gemaakt op de dag dat de buren vijfentwintig jaar getrouwd waren.

Zoals dat vroeger ging, liep 's morgens de hele buurt langs om te feliciteren.

Via de keuken naar de woonkamer.

Koffie met gebak.

De buurvrouwen die af en aan liepen met volle dienbladen.

Iemand schonk koffie.

Een ander haalde nieuwe stoelen.

Niemand vroeg wie wat moest doen.

Dat gebeurde gewoon.

Terwijl ik kijk, betrap ik mezelf erop dat ik glimlach.

Niet omdat vroeger alles beter was.

Maar omdat sommige dingen blijkbaar nooit veranderen.

Hoe mooi is het dat we dit filmpje juist terugzagen tijdens onze jaarlijkse buurtdag?

Ook nu komen we één keer per jaar samen.

Niet in ons zondagse pak, maar nog steeds met dezelfde gezelligheid.

Onder de hooimijt staan de tafels al klaar.

Er is koffie.

Zelfgebakken cake.

Havermoutkoekjes.

En natuurlijk wordt er eerst uitgebreid bijgepraat.

Over de droogte.

Over de zwaluwen die overal hun visitekaartje achterlaten.

Over een nieuwe beha van Livera.

En ook over de mensen die we inmiddels moeten missen.

Eigenlijk komt het hele leven voorbij.

Ik kijk de kring rond.

Mijn moeder zit er ook.

Ze geniet.

En ik besef ineens dat naoberschap helemaal niet zit in een jaarlijkse buurtdag.

Of in koffie met cake.

Of in een oud videofilmpje.

Naoberschap zit in het vanzelfsprekende.

In er voor elkaar zijn.

In samen lachen.

In samen herinneringen ophalen.

En soms ook in samen stil zijn.

En eigenlijk... tijdloos.

Vandaag geen cappuccino met een zoetje.

De organisatie had een Grolsch Radler 0.0 voor me koud gezet.
Ach... een mens moet soms een uitzondering maken.

 

 

 

Boek op stuur en maor jenzen 

Boek op ‘t stuur

Sommige uitspraken van vroeger begrijp je pas jaren later.

Eén Achterhoekse zin bleek uiteindelijk veel meer te vertellen dan alleen hoe je moet fietsen.

Soms hoef je alleen maar wat vaker om je heen te kijken.

"Boek op ‘t stuur en maor jensen." (Buik op het stuur en vol gas)

Mijn vader zei het vroeger regelmatig als er weer een groep fietsers voorbij kwam. In het Achterhoeks klinkt het zoveel mooier. Vrij vertaald betekent het zoiets als: kijk niet alleen naar je stuur, maar kijk ook eens om je heen.

En eerlijk? Hij had gelijk.

Zeker in deze tijd van het jaar.

Dan komen ze weer. De fietsers. Alleen, met z'n tweeën of in hele groepen. Herkenbaar aan de helmen, de fietstassen, de vlaggetjes en soms zelfs een muziekje dat ruim vóór de fietsers zelf onze zandweg op komt.

En natuurlijk de elektrische ondersteuning.

Dat is helemaal prima.

Alleen hoeft dat van mij niet met vijfentwintig kilometer per uur over een zandpad.

Voor ons huis ligt een stukje waar het zand net iets losser is. Een kuiltje hier, een hobbel daar. Voor ons is het inmiddels een bekend punt.

Je hoort eerst piepende remmen.

Dan een gilletje.

En daarna woorden die ik maar niet letterlijk zal opschrijven.

Het mooie is dat de toon meestal verandert zodra de fietsers merken dat er iemand staat te kijken.

"Sukkel!"

wordt ineens:

"Dat was misschien niet zo handig."

Blijkbaar kijken we allemaal net iets anders als we weten dat we gezien worden.

Gelukkig zijn er ook fietsers die wél om zich heen kijken.

Laatst vertelde iemand dat steenuiltjes zich hier vaak rond half vijf laten zien.

Waarempel...

Die middag, iets na half vijf, zat hij daar.

Op het dak van de oude garage van mijn ouderlijk huis.

Zo klein.

Zo stil.

Alsof hij al die tijd had zitten wachten tot iemand hem eindelijk zag.

Met een cappuccino met een zoetje in mijn hand bleef ik nog even staan.

Geen haast.

Geen kilometers.

Gewoon kijken.

Misschien is dat wel wat mijn vader al die jaren bedoelde.

"Boek op ‘t stuur en maor jensen."

Want als je alleen maar bezig bent met waar je naartoe wilt...

Zie je soms niet hoe mooi het al is waar je bent.

En dat steenuiltje?

Dat hoop ik nog vaak terug te zien.

Maar ik vermoed dat hij er al veel vaker heeft gezeten.

Alleen zag ik hem nu pas

Bundel "Columns voor bij de koffie"

De columns van Cappuccino met een Zoetje gaan over het gewone leven.

Over de dingen die je meemaakt, waar je soms om kunt lachen en soms even van moet slikken.

Een pakketje op de deurmat. Een gesprek aan de keukentafel. Een moeder. Een man. Kinderen. Ouder worden. Gedoe. Geluk. En vooral: de kleine momenten die achteraf helemaal niet zo klein blijken te zijn.

Ik schrijf zoals ik praat: met een beetje humor, een vleugje Achterhoek en vooral veel herkenning.

Soms met een traan. Maar meestal met een zoetje. 

De columns die ik de afgelopen tijd heb geschreven, wil ik bundelen in Columns voor bij de koffie.

Een boek om niet per se in één keer uit te lezen.

Gewoon eentje om neer te leggen, koffie te pakken, een column te lezen en daarna misschien even te denken:

“O ja… dit heb ik ook.”

De bundel wordt aangevuld met mijn eigen illustraties.

Want sommige verhalen kun je nu eenmaal beter vertellen met een potlood.

 

Niet het boek dat ik dacht te schrijven

Tig hoofdstukken geschreven.
Meer dan veertig columns.
Een hoofd vol ideeën.
En af en toe werkelijk geen idee hoe het verder moet. 

En ergens tussen al die woorden groeit een boek.

Niet het boek waarvan ik vroeger dacht dat ik het ooit zou schrijven.

Dit verhaal schreef zichzelf eigenlijk al veel langer mee.

Het gaat over een periode waarin ons leven ineens een andere afslag nam. Over mijn man. Over mijn kind. Over ons gezin. Over ernstig ziek worden en alles wat daarna komt.

Over liefde. Angst. Zorgen. Machteloosheid.

Maar ook over de gewone dingen die gewoon doorgaan. Een kop koffie. Een gesprek. Een lach op een moment waarop er eigenlijk niets te lachen valt. En van die kleine momenten waarop je ineens denkt: ja… dáár zit het leven.

Misschien schrijf ik dit boek daarom wel.

Niet om alles opnieuw te beleven.
Niet om een zwaar verhaal te vertellen.

Maar omdat er in dat verhaal meer zit dan verdriet alleen.

En omdat ik inmiddels weet dat sommige verhalen niet verdwijnen als je ze niet opschrijft. Ze blijven ergens zitten. Totdat je ze eindelijk de ruimte geeft.

Dus schrijf ik.

Soms een hoofdstuk.
Soms drie zinnen.
Soms helemaal niets.

En soms komt er ineens een stukje waarvan ik denk: ja. Dit moest blijkbaar op papier.

Het boek is nog niet af.
Ik weet nog niet precies hoe het eruit gaat zien.
En wanneer het verschijnt? Dat weet ik al helemaal niet.

Maar het groeit.

En misschien mag jij af en toe alvast even over mijn schouder meekijken.

Een boek in wording.
Een verhaal dat al heel lang onderweg is.

Maak jouw eigen website met JouwWeb